Weetjes voor de Baasjes:


Graag brengen we u op de hoogte van  Oncowaf:

Een website voor hondeneigenaars met vragen rond kanker. Om antwoorden te kunnen bieden op deze vragen, verzamelden dierenartsen actief in oncologie relevante en onafhankelijke informatie op deze site.

Zo kan men onder meer inlichtingen terugvinden over:

  • welke hondenrassen gevoeliger zijn dan andere voor het ontwikkelen van bepaalde tumortypes

    • tips over communicatie met de dierenarts

    • hoe men de hond kan ondersteunen tijdens zijn behandeling

    • wat de dierenarts voor de hond kan doen

    • lopende klinische studies

Daarenboven laat de

 Facebook-groep hondeneigenaars met vragen rond kanker toe onderling vragen, ervaringen en tips uit te                                                             wisselen. De site-inhoud is louter aanvullend bedoeld en vervangt uiteraard het advies van de                                                 dierenarts niet.

                                          Zowel de site-inhoud als de Facebook-groepen zijn beschikbaar in Nederlands, Frans en Engels.

                                          Deze site werd gesponsord door het:

Belgisch KankerFonds voor Dieren.

voor meer informatie klik op de kleurwoorden


Test van Campbell

De test van Campbell maakt het mogelijk om het karakter en de vaardigheden van puppys te evalueren. Het is een kostbare hulp om de puppy te kiezen die u het best past uit een nestje.

Voorwaarden voor een goede test:

- De test moet bij 7 weken oude puppys uitgevoerd worden, noch ervoor noch daarna.
- De examinator moet alleen zijn en kan mag niet door de puppy gekend zijn.
- De test moet in een door de puppy onbekende, geïsoleerde, rustige en neutrale plaats verwezenlijkt worden.
- Te test mag slechts één keer op elke puppy uitgevoerd worden (anders kan het gedrag aangeleerd worden).
- De test wordt op een zachte, onpersoonlijke wijze uitgevoerd en zonder enige aanmoediging.

1. Sociale binding:

Plaatst zacht de jonge hond in een gekozen plaats. Verwijdert u van enkele meters in de tegenovergestelde richting dan die waarin u bent aangekomen. Zet u op uw knieën en klap zacht in de handen om de jonge hond aan te trekken.  Observeert of hij naar u toe komt met een hoge of lage staart, of hij verplaatst zich helemaal niet, dit openbaart  zijn graad van sociale rang, zelfvertrouwen of onafhankelijkheid.

Resultaten:

    A. Komt gemakkelijk, staart omhoog, huppelend en probeert in de handen te bijten.
    B. Komt rustig, staart omhoog, op een drafje naar de handen.
    C. Komt rustig maar houdt de start omlaag.
    D. Komt aarzelend.
    E. Komt helemaal niet.

2. De volgproef:

Houdt u staande naast de puppy, vervolgens verwijdert u met een rustige pas, verzeker u dat de puppy u observeert op het ogenblik dat u zich verwijdert. U zult zien of hij vaardigheden heeft om een meester gemakkelijk te volgen. Als hij zich niet verplaatst, is hij zeer onafhankelijk.

Resultaten:

    A. Volgt gemakkelijk, staart omhoog en probeert in de voeten te bijten.
    B. Volgt gemakkelijk, staart omhoog, dicht bij de voet.
    C. Volgt gemakkelijk, staart omlaag.
    D. Volgt aarzelend, staart omlaag.
    E. Volgt helemaal niet of op een afstand.

3. De dwangproef:

Legt de puppy op de grond en rol hem zacht op de rug. Houdt, een hand op de borst, gedurende dertig seconden. Zijn afweer - of inwilligingsreacties tonen zijn tendens om een sociale of lichamelijke overheersing te aanvaarden.

Resultaten:

    A. Strijdt heftig, verzet zich krachtig en bijt.
    B. Strijdt heftig, verzet zich krachtig maar bijt niet.
    C. Strijdt een poosje en geeft dan op.
    D. Verzet zich niet maar onderwerpt zich aan de druk van de hand.

4. De sociale overheersing:

Legt de puppy in lig positie en streel hem zacht van het hoofd naar beneden over de rug. Zijn houding geeft zijn inwilliging of zijn weigering van de sociale overheersing weer. Als hij zeer dominerend is, zal de puppy op de mens proberen te springen, te bijten, te grommen, als hij onafhankelijk is, zal hij zich verwijderen.

Resultaten:

    A. Springt, trapt en krabt, bijt en gromt.
    B. Springt en trapt.
    C. Beweegt zich om de handen te likken.
    D. Draait zich om op de rug om de handen te likken.
    E. Verroert zich niet of verwijdert zich en komt niet terug.

5. De zweefproef:

Neem de puppy op, onder de buik met beide handen ineengevouwen, de palmen naar boven en til hem op. Houdt hem dertig seconden in deze positie. De puppy heeft geen enkele controle meer.  Hij is aan de willekeur van de examinator overgeleverd. Volgens zijn reacties, zult u zien of hij al dan of niet uw overheersing aanvaardt.

Resultaten:

    A. Verzet zich strek, bijt en gromt.
    B. Verzet zich sterk.
    C. Verzet zich, wordt kalm en likt.
    D. Verroert zich niet.

Wanneer de verschillende testen werden verwezenlijkt, ongeacht het gedrag van de puppy tijdens de testen, moet deze geliefkoosd en gefeliciteerd worden en naar zijn moeder worden teruggebracht.

Interpretatie:

- 2A of meer, met B  =  Agressief Dominant

De puppy reageert agressief, kan bijten als men hem wat hard hanteert. Vraag een ervaren meester.  Af te raden met kinderen of bejaarden.

- 3B of meer  =  Dominant

Tendens tot de trouwe overheersing, tot de zelfzekerheid. Zeer geschikt om te werk en leert graag en snel. Vraagt een meester die bekwaam is een hiërarchie op te leggen, constant en met een goed begrip van opvoeding.

- 3C of meer  =  Onderdanig en evenwichtig

Past zich gemakkelijk aan elk milieu aan. Gemakkelijk op te voeden zelfs door weinig ervaren personen. Ideaal in een familie met kinderen of bejaarden.

- 2C of meer maar vooral 1E of meer  =  Overdreven onderdanigheid

Hyper onderdanige puppy die een grote behoefte heeft aan complimenten en aan aanmoedigingen. Zal met genegenheid en geduld opgevoed moeten worden om vertrouwen te hebben en zich ten volle in menselijk milieu te begeven. Normaal goed met kinderen en bejaarden. Bijt niet of alleen om zich van slechte behandelingen te verdedigen

- 2D of meer met 1E in de sectie van sociale overheersing  =  Zelfstandig

Puppy die moeilijk te socialiseren is,  hij zal een speciale techniek van scholing vragen.
Als hij  A's of  B's erbij heeft, kan hij een angstbijter worden, die per angst gaat aanvallen als bijvoorbeeld in een hoek gedreven is zonder mogelijkheid van vlucht, of wanneer men het straft.
Als hij C's en D's erbij heeft, zal hij schuchter of angstig worden bij de minste slechte ervaring of onaangename situatie.
Reageert slecht met de kinderen.

Opmerkingen:

De test geeft u een idee van het karakter en de vaardigheden van de puppy op het ogenblik van de test.  De evolutie van de puppy zal eveneens afhangen van het milieu waarin hij zal opgroeien en van de opvoeding die hij zal krijgen.

 


Vaccinatie van mijn hond:

Niet gevaccineerde honden lopen het risico op ernstige infectieziekten, die levensbedreigend kunnen zijn. Door uw hond een eenvoudige vaccinatie te geven, kan u hem/haar een optimale bescherming geven tegen deze ziekten.Een vaccin zorgt voor de opbouw van een afweersysteem (via antistoffen) tegenover een welbepaalde ziekteverwekker. Wanneer uw hond de volgende keren met deze ziekteverwekker in contact komt, zal hij/zij tegen de verwekker beschermd zijn.De voornaamste ziekten die voorkomen bij de hondParvovirose of ‘Kattenziekte’Een erg besmettelijke en in vele gevallen dodelijke ziekte die heel het lichaam aantast, voornamelijk erg gevaarlijk voor pups en oudere honden, omwille van hun lage immuniteit. Bij pups zien we voornamelijk de maagdarmvorm die zich uit in hevig braken, bloederige én stinkende diarree en uitdroging door veel verlies aan vocht. De infectie kan worden overgedragen van pup tot pup, voornamelijk via uitwerpselen.Soms zien we pups waarbij het virus het hart infecteert met plotse sterfte tot gevolg. Parvovirose is zéér besmettelijk! Het virus is goed bestand tegen warmte en koude. Het kan ook overgedragen worden via handen, schoenen, kleren van de verzorger/eigenaar.Hondenziekte of ‘Ziekte van Carré’Een virus nauw verwant aan het mazelenvirus bij de mens veroorzaakt deze ziekte. De ziekte kent uiteenlopende symptomen, maar de voornaamste klachten zijn neusvloei, oogvloei, hoesten, zenuwsymptomen en soms ook braken en diarree. Deze ziekte kan leiden tot blijvend letsels aan het zenuwstelsel of zelfs sterfte.De ziekte kan op elke leeftijd voorkomen, maar het zijn vooral jonge honden, die plots ernstig ziek worden en vervolgens aan de ziekte kunnen overlijden.Leptospirose of ‘Rattenziekte’ziekte van WeilLeptospirose is een verzamelnaam van ziektes die veroorzaakt worden door Leptospiren. Dit zijn beweeglijke bacteriën, die in staat zijn om via wondjes van het slijmvlies van de neusen/of de mondholte en zelfs via de huid het lichaam binnen te dringen. De belangrijkste infectiebron is water dat besmet is geraakt met urine van dieren die geïnfecteerd zijn.Leptospiren kunnen soms gedurende maanden of zelfs jaren worden uitgescheiden door dieren, waarbij de infectie sluimerend in denieren aanwezig is. Vooral de nieren, maar ook de lever lopen hierdoor vaak blijvende schade op. Soms kan leptospirose zeer snel verlopen met als symptomen: zeer hoge koorts, gele slijmvliezen en donkergele urine. Leptospirose is niet alleen gevaarlijk voor uw hond, maar ook voor de mensen in zijn/haar omgeving. Juist omdat leptospirose een ziekte is die ook een risico oplevert voor de mens, is een jaarlijkse vaccinatie van alle honden aan te raden. De ziekte kan niet alleen worden opgelopen als de hond inof bij het water komt, het is ook zinvol om een hond die nooit zwemt te beschermen tegen een besmetting met leptospirose. Reden hiervan is dat uw hond niet enkel kan besmet raken door water dat besmet is met ratten, maar ook door contact met besmette ratten zelf, of met hun uitwerpselen en urine.Infectieuze hepatitis of ‘Leverziekte’Hepatitis is een besmettelijke virusziekte, die voornamelijk verspreid wordt via de urine van geïnfecteerde honden. De symptomen kunnen variëren van lichte koorts tot een ernstige leverontsteking, waarbij het dier hoge koorts heeft, niets eet en uiteindelijk sterft. Soms kunnen de symptomen van besmettelijke leverziekte lijken op die van Hondenziekte. Vooral bij jonge honden kan de ziekte zeer plots de dood veroorzaken.Extra vaccinaties:Kennelhoest of ‘Infectieuze Tracheobronchitis’

Kennelhoest

is een aandoening, die veroorzaakt wordt door meerdere virussen en bacteriën. Het komt vooral voor bij honden die in een stresssituatie zitten (vb. kennel), omdat dat plaatsen zijn waarbij veel honden vlak bij elkaar zitten en er voortdurend geblaft wordt. Het meest opvallende symptoom van de ziekte is het voortdurend hoesten, luidruchtig de keel schrapen en soms slijmen die naar boven komen. Ook komen eigenaars wel eens de praktijk binnen met de klacht dat de hond braakneigingen heeft. Kennelhoest wordt veroorzaakt door een infectie met het parainfluenzavirus, het adenovirustype 2, of de bacterie Bordetella bronchoseptica of een combinatie van deze virussen.Het parainfluenzavirus is zeer besmettelijk en veroorzaakt ontstekingen en kleine bloedingen op het slijmvlies van de luchtwegen. Het Adenovirus type 2 lijkt in werking sterk op het Parainfluenzavirus, maar geeft ook ontstekingen in het longweefsel, waardoor vrij gemakkelijk een bacteriële longontsteking zou kunnen ontstaan. Bordetella bronchoseptica is 1 van de bacteriën, die vaak gevonden wordt bij Kennelhoest, als secundaire infectie of als verwekker van de ziekte.Tegenover het Parainfluenzavirus wordt standaard gevaccineerd. Indien de hond naar een pension, hondenshow of hondenschool gaat, raden we een extra vaccinatie aan met Parainfluenza/Bordetella bronchoseptica op 11 en 16 weken.Hondsdolheid (rabiës-razernij)Een virus dat levensgevaarlijk is voor alle warmbloedige dieren (hond, kat,..), ook de mens! Een hond die besmet is met dit virus, in tegenstelling tot de kat, kan agressief worden en invele gevallen bijten. Het virus komt via het speeksel in een wondje in het lichaam terecht, en verspreidt zich langs de zenuwbanen naar de hersenen, waardoor het dier sterft binnen de 6 maanden. Verspreiding kan ook gebeuren via speeksel (bijtwonden) van vossen, dassen en andere dieren.Vaccinatie tegen hondsdolheid is verplicht voor elke hond die over de landsgrenzen heen reist. Gaat u dus met uw hond naar het buitenland (al is het maar voor een korte periode), of komt uw hond vanuit het buitenland naar u, dan moet hij/zij gevaccineerd zijn. In België is ten zuiden van Samber en Maas en op campings, vaccinatie tegen rabiës NIET MEER wettelijk verplicht. Soms worden door bepaalde landen (Groot Brittannië, Ierland, Malta, Finland,..) nog extra verplichtingen ingesteld. Raadpleeg hiervoor uw dierenarts.Het bewijs van vaccinatie wordt in het Europees paspoort genoteerd door de dierenarts en is, voor de meeste Europese landen, 3 jaar geldig. Hou er rekening mee dat het vaccin bij de eerste vaccinatie, pas 21 dagen na toediening werkzaam is. Zorg dus dat u minimum 3 weken voor vertrek uw hond laat vaccineren tegen Hondsdolheid.Vaccinatie van mijn pupPasgeboren pups krijgen van hun moeder gedurende hun eerste levensweken afweerstoffen mee via de moedermelk. Deze antistoffen bieden slechts een tijdelijke bescherming aan de jonge pups. Na het spenen dalen deze afweerstoffen echter snel, zodat uw pup weer gevoelig wordt voor deze ziektes. Vaccineren op dat moment zorgt voor een stimulatie van het afweersysteem en een goede bescherming.Sinds korts kunnen puppy eigenaars kiezen tussen het traditionele entschema OF de enting volgens het VacciCheck principeVaccineren volgens traditionele schema:De puppy vaccinaties vinden plaats op 7 weken 9 weken 13 weken 26 weken. Nadien neemt de jaarlijkse vaccinatie over.De jaarlijkse kennelhoestvaccinatie is een apart vaccin en wordt gegeven aan honden die naar de hondenschool gaan, honden die naar een hondenpension gaan, honden die naar hondenshows gaan of honden die veel contact hebben met andere honden.De driejaarlijkse rabiësvaccinatie zit niet bij de standaardvaccinatie en is verplicht wanneer u met uw hond naar het buitenland gaat.

Vaccineren volgens het VacciCheck principe:

Met behulp van VacciCheck is het mogelijk om een vaccinatieschema op te stellen op maat van uw dier.VacciCheck is een bloedonderzoek waarbij er wordt gecontroleerd of uw hond voldoende antistoffen heeft tegen hondenziekte, kattenziekte en infectieuze hepatitis.Waarom: om de pups zo min mogelijk inentingen te geven door ze op het ideale tijdstip te geven.Er zijn 2 protocols mogelijk bij pups indien u zou kiezen voor de VacciCheck. Welk protocol gevolgd kan worden is afhankelijk of de pup al gevaccineerd is bij de fokker op 7 weken of bij de fokker getest is met een VacciCheck test op 7 weken.VacciCheck is op 7 weken bij fokker uitgevoerd: elke 3-4 weken VacciCheck test om te kijken wanneer de maternale antistoffen laag genoeg staan om de enting te geven. Vier weken na de enting moet dan een controle titer bepaald worden om te kijken of de vaccinatie goed is aangeslaan. Voordeel: de pup heeft mogelijks maar één enting nodig gehad tegen hondenziekte, kattenziekte en infectieuze hepatitis (tegen anders 3).VacciCheck op 11 weken starten indien de pup een enting heeft gehad op 7 weken om de kijken of de maternale antistoffen voldoende laag zijn om de grote enting te geven. Indien twijfel of de antistoffen nog maternaal zijn OF reeds afkomstig zijn van de eerste enting kan het zijn dat 4 weken later nogmaals getest moet worden. Opnieuw zal de enting tegen hondenziekte, kattenziekte en infectieuze hepatitis gegeven worden wanneer de maternale antistoffen verdwenen zijn. Vier weken na de enting moet gekeken worden of de vaccinatie is aangeslaan.Belangrijk! VacciCheck kan alleen voor hondenziekte, kattenziekte en infectieuze hepatitis. De inenting en booster tegen rattenziekte (eneventueel kennelhoest) zijn nog steeds nodig.Vaccinatie van mijn volwassen hondOok bij de volwassen hond kunnen we werken volgens 2 principes:Indien de eigenaar wenst te vaccineren volgens het traditionele schema zal de volwassen hond jaarlijks een enting krijgen tegen de rattenziekte (en eventueel kennelhoest indien nodig) en driejaarlijks tegen de hondenziekte, kattenziekte en infectieuze hepatitis ( en eventueel rabiës indien nodig).Eigenaars die willen enten volgens het VacciCheck principe zullen jaarlijks enten tegen de rattenziekte (en eventueel kennelhoest indien nodig) en wanneer nodig een titerbepaling laten doen om te kijken of enting tegen de hondenziekte, kattenziekte en infectieuze hepatitis nodig is of kan uitgesteld worden bij aanwezigheid van voldoende antistoffen tegen de 3 voorgaande ziektes. Driejaarlijkse enting voor rabiës blijft eveneens nodig indien honden meegaan naar het buitenlan

 


11 dingen die ik heb geleerd als hondeneigenaar:

Je krijgt veel inzichten over het leven als je het gezelschap van een hond hebt. Ze leren je alles over liefhebben, dankbaarheid, mededogen en leven in het moment. Hier zijn dus 11 lessen die je van je hond kan leren:

1. Een hond in je leven is niet zozeer een eigendom als wel een partner

"Controle" wordt meestal geassocieerd met eigendom. Hoewel dit van toepassing kan zijn op hondendiscipline, hebben hondenbaasjes echt een wederzijdse onvoorwaardelijke relatie met hun hond, meer dan met wat ook. Je hond "bezit" jou op dezelfde manier als jij hem bezit. Je hebt een hechte en sterke band die moeilijk te verbreken is.

2. Honden houden van routine

Op vrije momenten in bed wat luieren of slapen? Die dagen zijn voorbij als je een hond in huis haalt. Je moet je aan routines houden als je een hond hebt. Als je huisdier gewend is aan ochtendwandelingen, hoef je niet op de sluimerknop van je wekker te drukken, zelfs als het zondag is. Je hond wordt onrustig als het tijd is voor het avondeten en jij nog niet begonnen bent met de bereiding ervan. Honden leren je om je aan een routine te houden, wat echt helpt als je altijd een volle agenda hebt.

3. Honden zijn de eeuwige optimisten

Honden zijn snel tevreden en vermaakt. Een stok uit de achtertuin laat ze al vrolijk kwispelen. Een ritje met jou in de auto windt ze op, of je nu naar het park gaat of een korte rit naar de winkel maakt. Dit leert baasjes van gezelschapsdieren om zelfs de kleine dingen in het leven te waarderen. En als je je somber voelt, hoef je toch alleen maar naar die heerlijke snoet van je hond te kijken met zijn kwispelende staart.  Het zijn de eeuwige optimisten!

4. Honden vergeven snel en gaan verder met het leven

Heeft je hond die mooie vaas in de woonkamer gebroken of aan je nieuwe schoenen gezeten? Dan hoef je gewoon in de ogen van je viervoeter te kijken en de woede zal snel  verdwijnen. Honden kunnen met hun zielige ogen al snel jouw sympathie opwekken, hun gevoelens uiten en aandacht vragen. Honden leren mensen dat sommige dingen niet de moeite waard zijn om boos over te zijn, vooral niet als het gedrag is om je aandacht te trekken. Dit gedrag kom je veel tegen en je leert het los te laten, dankzij je hond.

5. Honden hechten belang aan slaap

Het is gemakkelijk om niet of minder te slapen als je het te druk hebt met werk, verplichtingen, je sociale leven en gezin. Honden leren je belang te hechten aan slaap en rust omdat dit elke dag 16 à 20 uur op hun agenda staat. Je moet je hond dus bedanken voor de boost in je energiepeil, omdat je van hem hebt geleerd om te slapen en te rusten.

6. Honden zijn altijd openhartig en verbergen hun gevoelens niet

Hoewel ze niet met woorden communiceren, is het verbazingwekkend hoe deze vierpotige harige wezens zo direct kunnen zijn. Honden zullen je altijd laten weten wat ze willen en wat ze voelen. Ze zullen je nooit buitensluiten of mopperen als je hun aanwijzingen niet leest. Honden leren ons dat het helpt om direct te zijn en écht te zeggen wat je bedoelt, en wat er het meest toe doet.

7. Honden leven altijd in het heden

Honden staan ​​nooit stil bij het verleden en maken zich geen zorgen over morgen. Honden leven in het moment, tevreden en zonder spijt. De dingen waar ze zich zorgen over maken, zijn beperkt tot eten en drinken, plaspauzes, spelen en slapen. Mensen daarentegen multi-tasken, netwerken en doen aan veel dingen mee. Mensen lijken nooit te pauzeren, dus stress kan hun leven beïnvloeden. Dit verklaart misschien waarom honden altijd positief zijn. Een studie van Harvard onthulde dat wie in het moment leeft, eigenlijk gelukkiger is.

8. Water is voedsel

Is het je ooit opgevallen dat honden instinctief weten wanneer ze moeten drinken? Met wat ze ook bezig zijn, ze stoppen spontaan om te gaan drinken. Deze gewoonte is een goed voorbeeld voor ons om gehydrateerd te blijven, omdat het lichaam eerder water nodig heeft dan voedsel. Als jij het te druk hebt, vergeet je soms iets eenvoudigs als water drinken.  Honden vergeten deze basisbehoefte nooit.

9. Honden accepteren complimentjes

Honden schrikken niet terug als mensen hen vertellen dat ze schattig en lief zijn. Ze accepteren complimenten met veel plezier. Ze voelen zich nooit ongemakkelijk. Mensen moeten leren hoe ze de complimentjes die ze van anderen krijgen, niet afwenden. Waarom kunnen we niet gewoon "dank je" zeggen en onze prestaties en beste eigenschappen erkennen zoals anderen ze zien? Mensen zien het aanvaarden van complimenten soms als een superioriteitscomplex. In tegenstelling tot honden maken we de dingen toch vaak ingewikkeld, niet?

10. Ze hebben de beste luistervaardigheden

Het is niet hun goed gehoor dat hen tot goede luisteraars maakt. Als je honden commando's leert, letten ze extra op en luisteren ze. Je kunt hun oren echt rechtop en alert zien. Als jij even door het lint gaat, zitten zij geduldig te wachten, kijken je empathisch aan en luisteren naar je tirades. Bovendien zullen ze je niet beoordelen omdat je je frustratie toont. Ze weten gewoon dat je je slecht voelt en dat je iemand nodig hebt die luistert.

11. Liefde overwint alles

Er zijn online heel veel verhalen terug te vinden over honden die agressief zijn geworden door misbruik en verwaarlozing. Maar deze honden veranderen al snel in zachte zielen wanneer ze liefde krijgen van hun verzorgers tijdens de revalidatie. Dit leert ons dat liefde werkelijk alles overwint en dit soort verhalen zorgt er telkens weer voor dat mensen het niet droog houden. Verhalen over transformatie en redding worden nooit oud of vervelend, toch?

 

 


De hond en zijn zintuigen:

De reukzin van de hond:

De hond is een neusdier. Hij leeft vooral in een wereld van reuk. Zijn reukzin is voor ons - ogendieren - onvoorstelbaar scherp. Zo kan hij het zweet van mens en dier in miljoenvoudige verdunning waarnemen en herkennen! Hetzelfde geldt voor vetzuren en andere geurstoffen.
Zo duidelijk als wij mensen voetafdrukken in vochtig zand zien, zo helder en onmiskenbaar onderscheidt de hond ontelbare geuren. Ook als sporen al uren oud zijn en voor het menselijk
oog allang niet meer zichtbaar, dan kan de hond het spoor met zijn neus nog altijd feilloos volgen. Een verbluffende prestatie die jagers van pas komt bij het zoeken naar aangeschoten wild, maar die ook bij het opsporen van vermisten, criminelen, drugs en dergelijke van groot nut is voor politie, douane en narcoticabrigades. Juist in de strijd tegen drugs zijn honden van grote waarde gebleken en worden ze om die reden dan ook op grote schaal getraind. De media melden telkens weer de meest ongelofelijke prestaties van zulke honden. Zelfs als verdovende middelen in verschillende lagen plastic zijn verpakt, in vaten zijn verstopt en met speciale 'onschuldige' geuren zijn bewerkt, weten honden ze toch te vinden. Zelfs drugs die zich bevinden in een dikwandige stalen koker met stevig vastgeschroefd deksel worden door speurhonden gevonden.

Hoe komen honden aan deze indrukwekkende gave, die geen enkel ander dier heeft kunnen evenaren, laat staan overtreffen? Voor het antwoord op die vraag is het zaak de hondenneus van dichtbij te bekijken. Ten eerste zien we dan de altijd vochtige neusspiegel, die geuren lokaliseert. Geurdeeltjes die zich verderaf bevinden, komen via de grote neusgaten het orgaan binnen, waar ze terechtkomen op het reukslijmvlies binnenin de neus. Het oppervlak van dat slijmvlies is dertig keer zo groot als bij de mens en voorzien van veel fijnere zenuweinden.

Een ander reukorgaan, het orgaan van Jacobson, bevindt zich vlak achter de snijtanden in het gehemelte. Geuren waarvan de hond zeer opgewonden raakt, worden met een licht tandenge-klapper opgenomen en vervolgens met zeer wijde neusgaten luid snuivend ingezogen.

Het gehoor van de hond:

De mens is in staat geluiden met een frequentie van 16 tot 20.000 golven per seconde (Hertz) waar te nemen. Honden nemen geluiden waar van 60 a 70.000 tot zelfs 100.000 Hz. Hij hoort dus ultrasone geluiden die voor de mens totaal niet zijn waar te nemen. Het voor ons onhoorbare geluid van het zogeheten hondenfluitje is ook ultrasoon en geeft de hond een 'luid en duidelijk' signaal.
Als het om de lage tonen gaat, zijn de mensen iets in het voordeel, maar dat staat in geen verhouding tot het totale bereik van het hondenoor. Het gehoor van de hond is vooral fijner dan dat van de mens. Zelfs in zijn slaap reageert de hond op het geringste geluid en is hij meteen klaarwakker als die geluiden hem verdacht voorkomen.
Honden kunnen geluid ook veel beter lokaliseren, vooral als ze staande oren hebben. Honden met zulke oren kunnen namelijk de oorschelp in de richting van het geluid wenden, het vervolgens optimaal ontvangen en de richting vaststellen waar het vandaan komt.
Honden houden niet van harde geluiden. Vandaar ook dat veel honden, zeker als ze jong zijn, angstig reageren, soms zelfs pijnlijk gekwetst, op stofzuigers, luide muziek e.d. Of dat de reden is dat honden vaak jammerlijk beginnen te janken bij muziek, of dat ze juist van muziek houden en mee willen 'zingen' weten wij niet. Het is vooral vreemd omdat ze zich uit de voeten kunnen maken en de muziek dus niet hoeven te horen.
De tastzin van een hond:

Met behulp van de tastharen aan lippen, wenkbrauwen, oren en bovenbenen zijn honden in staat zich ook in het donker en door de smalste doorgangen op de tast te oriënteren. De hond kan dat echter lang niet zo goed als een kat. Bij veel rassen zijn die tastharen ook alleen nog te vinden aan lippen en wenkbrauwen. Met de tong, neusspiegel, lippen en voetzolen kan de hond ook op de tast voelen. Met deze lichaamsdelen kan hij eveneens warm en koud, en hard en zacht onderscheiden.

Het gezichtsvermogen van je hond:

De hond heeft dankzij de zijdelingse inplanting van zijn ogen weliswaar een breder gezichtsveld, maar hij ziet niet zo gedetailleerd en plastisch als wij. Honden zien scherp tot op 70 a 100 m. Op grotere afstand herkent de hond niet eens zijn baasje als die stilstaat. Bewegingen worden honden echter goed gewaar tot op 1000 m. Natuurlijk bestaan er verschillen van ras tot ras.

Zo jagen windhonden met hun ogen, waardoor ze de bewegingen van wild uitstekend waarnemen, 's Nachts ziet de hond iets beter dan wij. Dat hangt samen met zijn reflecterende netvlies en met het feit dat de staafjes in het hondenoog meer rodop-sine bevatten, een stof die afkomstig is van vitamine A en eiwitten. Het ontbreken van die stof leidt tot nachtblindheid.
Honden kunnen niet goed kleuren onderscheiden. Tot hoeverre ze kleuren wél kunnen zien en welke dat juist zijn, is tot op heden niet duidelijk.
De smaakzin van je hond:

Honden hebben een goed ontwikkelde smaak. Dat die smaak vaak sterk van de onze verschilt, zal iedere hondeneigenaar vroeg of laat moeten vaststellen. Bijna alle honden leggen een voor ons onbegrijpelijke voorkeur aan de dag voor kadavers en andere, voor ons mensen onaangenaam, zelfs weerzinwekkend ruikende dingen.
Anderzijds weigeren honden wel eens voedsel waarin medicijnen zijn vermengd die ons voorkomen als geur- en smaakloos. Ze laten hun bak dan 'gewoon onaangeroerd staan. Vaak lukt het trucje niet eens om een tablet of pasta te verstoppen in iets heel lekkers, zoals een stukje vlees of worst, om het op die manier bij uw beschermeling binnen te krijgen. In hoeverre bij het proeven de smaak- of de reukzin in actie komen, is vooralsnog niet duidelijk.

 




Hoe maak je je hond duidelijk dat jij de baas bent

Als baasje moet je je hond vrij snel duidelijk maken wat zijn plaats is in de hiërarchie. Het is belangrijk dat het dier snapt dat het de mens is die de baas is. Gebeurt dat niet, dan kan dat ernstige problemen met zich meebrengen.

Dominant of onderdanig:

Van nature neigt een hond naar een van deze beide temperamenten. Maar in welke mate hij zijn karakter tot uiting brengt, zal afhangen van de omstandigheden waarin hij opgroeit en van zijn verhouding met de personen die hem omringen. Een hond zal in harmonie leven met zijn baasje(s), de regels respecteren en komen als hij wordt geroepen, enkel en alleen als hij een ‘leider’ heeft die zijn prikkels onder controle houdt (bij een dominante hond) of hem geruststelt (bij een angstig dier).
Als er geen duidelijke hiërarchie is, zal de hond daarvan profiteren om de leiderspositie in te nemen. Agressief, oncontroleerbaar, jaloers, grillig, overbeschermend, gappend… zijn karakter en zijn houding kunnen extreem vervelend worden. En dat is niet de schuld van het dier, het ligt aan de mens die het beest niet voldoende duidelijk gemaakt heeft welke plaats iedereen inneemt binnen het gezin (de meute). De hond beschouwt zijn leider of meester dan als ‘niet dominant’, hij aanvaardt hem als speelmaatje (waarbij hij zelf de regels vastlegt), als voedselleverancier (de hond bedelt), als aai-automaat (wanneer de hond daar zin in heeft) en finaal ook als persoonlijke assistent (hij maakt zijn baasje ’s nachts wakker, hij weigert bepaalde soorten voedsel, hij doet zijn behoefte waar en wanneer hij daar zin in heeft…).
Dan is het uiteindelijk de hond die de lakens uitdeelt en de anderen, de mensen, zijn er om hem te gehoorzamen en aan zijn wensen te beantwoorden. Als je viervoeter het gevoel heeft dat hij wordt tegengewerkt, zal hij dan ook grommen of bijten wanneer je probeert om hem iets af te pakken, wanneer je hem uit een bepaalde ruimte naar buiten leidt, hem uit de zetel jaagt, zelfs als je gewoon probeert om hem aan te raken of mee te nemen. Hij zal proberen om er controle over te houden hoe iedereen zich beweegt en hij zal de gebaren en het doen en laten van de andere gezinsleden in de gaten houden (volwassenen onderling, volwassenen met de kinderen…). Hij zal niet toelaten dat andere honden of personen hem benaderen…

Enkele praktische raadgevingen:

- Het gezin op de eerste plaats:  Zelfs al is er maar één leider van de meute, alle leden van het gezin moeten

   de hond duidelijk maken dat zij hoger staan op de hiërarchische ladder.
- Het baasje eet eerst en deelt niet:  Een hond mag eten wanneer zijn baasjes dat beslissen en altijd na hen.  

   De leider voedt zich eerst en deelt zijn maaltijd niet, ook geen klein brokje.

- Iedereen kent zijn plaats: Een hond mag niet op eigen initiatief op een bed of zetel springen: de beste plaats

   is voorbehouden voor de leider en die moet die plaats ook verdedigen.De ruimte die voor het dier wordt zijn        mand bijvoorbeeld) moet natuurlijk wel  gerespecteerd  worden.
- Iedereen trekt aan dezelfde koord:

  Het is van cruciaal belang dat iedereen – de ouders zowel als de kinderen  coherent handelen en dezelfde lijn     volgen, dat stelt een hond gerust. Als niet iedereen op dezelfde manier met het dier omgaat, zal het verward 

  geraken. Je viervoeter begrijpt niet dat hij bij persoon x wel mag doen wat hij bij persoon y absoluut niet mag

  doen, of dat de ene persoon hem troost (door hem te strelen) terwijl een andere persoon hem afsnauwt.

  Het is zeer belangrijk ook om in aanwezigheid van je hond niet te gaan discussiëren over de houding die

  tegenover hem moet worden aangenomen want hij kan die spanning aanvoelen.
- Verbieden achteraf heeft geen zin:. Het dier moet een bevel of verbod krijgen op het moment dat hij een fout

   begaat. Het heeft geen zin om dat achteraf te doen. En het heeft ook geen zin om te roepen, een overtuigende

   toon volstaat. Als de hond daarna een onderdanige houding aanneemt, mag je hem belonen.
- Spelen is leuk maar het moet een spel blijven: Een hond vindt het leuk om te spelen, hij voelt zich zeer

   nuttig ook tijdens een spel. Maar pas op voor vechtpartijen, te veel opwinding, zijn springreflex (waarbij je hond

   op je springt), of wanneer de hond de neiging heeft om je zacht te bijten. Het dier zou zich kunnen gaan

   inbeelden dat erom gaat vast te stellen wie de dominante positie mag innemen, wat absoluut niet de bedoeling

   is.
- Strelen is een beloning: Een hond mag niet gestreeld worden wanneer hij erom vraagt. Hij moet het verdiend

   hebben. De voldoening van het dier zal er alleen maar groter bij worden en jouw leiderspositie wordt daardoor

   ook nog eens benadrukt en verstevigd.

   Deze houding tegenover je hond zal de affectieve band met je viervoeter niet beschadigen, integendeel.

   Je hond zal veel meer vertrouwen hebben, meer openbloeien en het dier zal evenwichtiger zijn, wat zich zal

   vertalen in een harmonieuzere verhouding met zijn entourage.

   De loyauteit en de vriendschapsband zal er alleen maar beter op worden:


Ziektes bij honden:

Voor de gemakkelijkheid maken we een onderscheid tussen hondenziektes voor puppies en oudere honden. Maar eigenlijk kan iedere hond deze ziektes of ongemakken krijgen. Als je twijfelt of je hond aan een van de ziektes lijdt, ga je best naar een dierenarts.
Veel voorkomende ziektes bij pups.Net zoals bij oudere honden, zijn er ook een paar specifieke gezondheidsproblemen die vooral bij puppy’s voorkomen. We lichten ze even toe.
Braken en diarree: Wormen of een plotse verandering in het dieet van je pup zouden tot braken en diarree kunnen leiden. Voer alle voedselveranderingen geleidelijk aan door zodat het delicate spijsverteringssysteem van je pup de tijd krijgt eraan te wennen. Ontwormt hem regelmatig. Vermijd melk. Als je puppy moet braken en diarree heeft, roep dan meteen de hulp in van je dierenarts.
Voorwerpen inslikken: Als je pup ouder wordt, zal hij de neiging krijgen te kauwen op alles wat in zijn gezichtsveld komt. Geef hem zijn eigen kauwspeeltjes en laat niets rondslingeren. Veel pups vinden het zelfs leuk in hun baasjes handtas , de vuilnisbak of het speelgoed van de kinderen te rommelen. Wees dus en het zelfs leuk in hun baasjes handtas , de vuilnisbak of het speelgoed van de kinderen te rommelen. Wees dus aandachtig. De pup zou wel eens een giftige stof kunnen binnenspelen. Het voorwerp zou ook zijn ademhaling kunnen blokkeren. Als je het vermoeden hebt dat je pup iets ingeslikt heeft, ga dan naar de dierenarts.
Gebroken beenderen: De beenderen van een pup zijn erg breekbaar. Botbreuken komen dus erg vaak voor. Dat kan gebeuren wanneer er iemand op de pup trapt, als hij van de zetel valt, enz. Als je pup mankt, ga dan naar de dierenarts. De breuk zal vanzelf ook snel genezen, maar moet correct gespalkt worden om te voorkomen dat de botten terug aaneen groeien.

Autoziekte:  De autoziekte komt erg vaak voor bij jonge puppy’s. Geef je pup geen voedsel voor je vertrekt en rijd eerst een blokje rond. Als je pup gewend is aan de beweging van je auto, is hij meestal wel klaar voor een langere rit
De ziekte van Carré: De meest voorkomende hondenziektes Hondenziekte (“de ziekte van Carré”)Hondenziekte is de schrik van iedereen met een jong hondje in huis, maar ook volwassen dieren kunnen de ziekte krijgen. De ziekte wordt veroorzaakt door een virus en is zeer besmettelijk. Hondenziekte komt over heel de wereld voor, ook hier in Nederland en België. De eerste symptomen zijn soms heel onschuldig, een loopneus en wat hoesten. Het komt ook voor dat het hondje acuut erg ziek is. De ziekte wordt overgebracht door een virus, dat ontstekingen veroorzaakt. Ontstekingen in de darmen, maar ook hersenvlies— ontsteking. Meer dan 50 procent van de zieke honden overleeft het niet. Honden die het wel halen lopen een grote kans op blijvend zenuwletsel. Meer uitleg in “De Ziekte van Carre of Distemper

Parvo of kattenziekte: Parvo is een uiterst besmettelijke ziekte veroorzaakt door een virus. Een hond met parvo overleeft het vaak niet. Het virus verspreidt zich via de uitwerpselen van een zieke hond. Gezonde honden die aan zo’ n ‘markering” snuffelen, zijn prompt besmet. Het virus dringt door tot in de darmen, waar het ernstige ontstekingen veroorzaakt. De hond krijgt al snel een wee rui kende, bloederige diarree. Het dier voelt zich doodziek en gaat soms bloed overgeven. Jonge hondjes die met het parvo—virus in aanraking zijn gekomen, vallen soms plotseling dood neer. Bij onderzoek blijkt dan meestal dat het virus ook is doorgedrongen tot in het hart, waar het een hartstilstand heeft veroorzaakt. Meer uitleg in “Het Parvovirus
Ziekte van Weil: De ziekte van Weil wordt overgebracht door bacteriën, meestal afkomstig uit de urine van andere honden en van ratten, Ook andere dieren en ook de mens kan de ziekte van Weil oplopen. De ziekte komt nog steeds voor. In de plaatselijke media wordt in dat geval gewaarschuwd voor verontreinigde plassen, vijvers, sloten en grachten. Maar de eerste slachtoffers zijn dan al gevallen. Een hond die in besmet water zwemt, of die van besmet water drinkt, krijgt via de slijmvliezen en door de huid de bacterie naar binnen. In het lichaam nestelt de bacterie zich in de lever en de nieren. De hond krijgt hoge koorts, plast donkergele urine en de slijmvliezen worden geel. Meer info in “Het sluipende gevaar van Leptospirose, de rattenziekte of de ziekte van Weil

Hepatitis: Hepatitis is een besmettelijke leverziekte. De wetenschappelijke naam is Hepatitis contagiosa canis (Hcc). De veroorzaker is het Adeno-virus type 1. Het virus wordt verspreid via de urine van geïnfecteerde honden. Wanneer een zieke hond in het park een paar maal zijn poot heeft opgetild, lopen de honden die na hem komen een grote kans ook besmet te raken.
De symptomen variëren van lichte koorts tot een zeer ernstige ontsteking van de lever. Mits in een vroeg stadium behandeld, is genezing mogelijk. Echter, wanneer de lever is ontstoken loopt de koorts hoog op, het dier eet niet meer en zal vrijwel altijd dood gaan. Bij jonge honden kan hepatitis een zeer plotselinge dood veroorzaken. Hepatitis is niet altijd even makkelijk te constateren. De symptomen ijken namelijk sterk op die van hondenziekte. Meer uitleg in “Hepatitis bij je hond, beter voorkomen dan genezen
Kennelhoest: Kennelhoest is een uit de hand gelopen “hondenverkoudheid”, die wordt veroorzaakt door een aantal factoren. De ziekte breekt vaak uit in kennels waar honden elkaar de hele dag staan aan te blaffen. Vandaar ook de naam “kennel hoest”. Er is een grote kans op complicaties, soms met blijvende gevolgen. Door hoesten en niezen ontstaan kleine wondjes in mond—, keel—, en neusholten. Daar kunnen gemakkelijk bacteriën in komen. De ziekte wordt dan veel moeilijker te genezen.
Hondsdolheid: Hondsdolheid ofwel rabiës is de meest gevreesde hondenziekte ter wereld. De ziekte is een gesel voor mens en dier. Gelukkig behoort hondsdolheid in Nederland bijna tot het verleden. Het gevaar loert over de grens — een hondsdolle vos in België of Duitsland - en is nooit helemaal geweken.
Hondsdolheid eindigt altijd met de dood. De oorzaak is een virus in het speeksel, dat wordt overbracht hij de beet van een geïnfecteerd dier. De laatste fase van de ziekte is een verschrikking. De hersenen zijn aangetast. Het ene ogenblik kruipt het zieke dier angstig in een hoekje. Het andere ogenblik reageert het verwilderd en wordt fel agressief Dan bijt het in alles wat het maar binnen zijn bereik krijgt. Meer info in “Hondsdolheid

Oormijt: Er zijn verschillende soorten oor mijten. Degene die het meest voorkomt is Otodectes cynotis. Het zijn kleine lichtgrijze spelde knopgrootte 'spinnetjes', die leven van restjes van afgestorven cellen van de huid. Ze leven graag in de oren, omdat het daar lekker warm en donker is. De oor mijt kan echter ook in de nek, op de rug of zelfs helemaal bij de staartbasis gevonden worden.
Deze oor mijt is niet kieskeurig en kan leven op honden, katten, fretten, vossen en heel zelden ook kortstondig op de mens. Bovendien kan de oor mijt enkele maanden overleven in de omgeving van uw huisdier (bijvoorbeeld in de mand).
Al een paar mijten kunnen jeuk in het oor veroorzaken. De jeuk ontstaat doordat het speeksel en de ontlasting van de oor mijt een allergische reactie bij de gastheer veroorzaken. Hierdoor gaan de klieren in het oor meer donkerbruin oorsmeer produceren. Meer info in “Oorontstekingen bij honden

Dit is slechts een greep uit de verschillende hondenziektes.


Opgelet Wetgeving: Het couperen van de oren bij honden is niet opgenomen in de lijst van dit KB en is dan ook verboden sinds 1 oktober 2001. Het couperen van de staarten is evenmin opgenomen op de lijst van voormeld KB maar bij wijze van uitzondering gaat dit coupeer verbod pas in vanaf 1 januari 2006.

Artikel 19, § 1 van hoger vernoemde wet luidt :
§ 1. Vanaf 1 januari 2000 is het verboden om deel te nemen aan tentoonstellingen, keuringen of wedstrijden met dieren waarbij een bij artikel 17bis verboden ingreep is verricht.
Hieruit volgt dat het verboden is om deel te nemen aan tentoonstellingen, keuringen of wedstrijden met een hond met gecoupeerde oren, ongeacht in welk land de ingreep werd uitgevoerd en ongeacht de nationaliteit van de eigenaar van de hond.
Verder bepaalt art. 19, § 2 van dezelfde wet :
§ 2. Het is verboden een dier dat een bij artikel 17bis verboden ingreep heeft ondergaan tot een tentoonstelling, keuring of wedstrijd toe te laten.
Dit houdt bij voorbeeld ook in dat de organisator van een tentoonstelling of wedstrijd gecoupeerde honden zal moeten weigeren.
§ 3 van hetzelfde wetsartikel stelt :
§ 3. Het verhandelen van dieren waarbij een bij artikel 17bis verboden ingreep is verricht, is verboden.
Dit betekent dat een hond met gecoupeerde staart met ingang van 2006 :
•   niet in de handel gebracht mag worden;
•   niet te koop mag aangeboden worden;
•   niet in het bezit gehouden, verworven en tentoongesteld mag worden met het oog op verkoop;
•   niet geruild of verkocht mag worden;
•   niet ten kosteloze of bezwarende titel mag afgestaan worden.
§ 4 van hetzelfde artikel tenslotte bepaalt de enige uitzondering hierop :
§ 4. De bepalingen van de voorafgaande paragrafen zijn niet van toepassing indien bewijzen kunnen worden voorgelegd dat de ingreep verricht is vóór het van kracht worden van het in artikel 17bis bedoelde verbod.



Tekentijd !! Hoe een teek verwijderen ?

Weet jij hoe je een teek moet verwijderen uit het lichaam? De meeste Vlamingen verwijderen teken niet op de juiste manier. Dat blijkt uit een onderzoek van 'Zorg en Gezondheid'. Heel wat van de ondervraagden checkt na een wandeling in de natuur niet of ze gebeten zijn door het beestje. Van maart tot oktober is het risico op een tekenbeet het hoogst.

Verdoof de teek niet met alcohol of andere middelen. Daardoor verhoog je het risico op besmetting!

Grijp de teek met een tekentang, een pincet of twee vingers vast bij de kop, zo dicht mogelijk tegen de huid. Trek hem voorzichtig uit de huid, in één rechte beweging. Zorg ervoor dat je zijn lijf niet samen knijpt!

Maak het wondje schoon met water en zeep en ontsmet het.

Noteer de datum van de tekenbeet. Eventuele symptomen in geval van besmetting kunnen pas een hele tijd later optreden. Hou de plaats van de tekenbeet de eerste drie weken na verwijdering goed in het oog. Als er een groter wordende ronde vlek ontstaat, contacteer je zo snel mogelijk je huisarts.

Filmpje hieronder





Dodelijke hondenziekte ontdekt !! “Laat jouw hond inenten”


Hondenbaasjes in Nederlands-Limburg zijn bezorgd over een dodelijke hondenziekte die vlak over de Duitse grens is opgedoken bij vossen. Een dierenarts in Echt waarschuwt op Facebook voor de ziekte van Carré, een virusinfectie die bij honden, vossen, wolven en marterachtigen dikwijls dodelijk is. In Niederkrüchten, niet ver van de grens bij Roermond, zijn onlangs vossen gevonden met Carré. Vorig jaar in april dook de ziekte ook op bij wilde dieren in Voeren en Luik.

Bij Duitse vossen in het grensgebied is de ziekte van Carré vastgesteld, een virusinfectie die ook dodelijk is voor honden.

“Het is een zeer besmettelijke ziekte, maar er bestaat een goed vaccin tegen en normaal gezien zijn alle honden in België ingeënt tegen Carré. Dertig jaar geleden kwam de ziekte nog voor, sindsdien heb ik het nooit meer gezien in mijn praktijk. De Duitse grens is niet zo heel ver weg maar ik heb nog niet gehoord van gevallen hier bij ons. Er is dus zeker geen paniek nodig,” verklaart dierenarts  van dierenartsenpraktijk Kinroyderveld uit Kinrooi. “Maar het is toch uitkijken met honden uit het Oostblok. Die zijn soms in werkelijkheid jonger dan de verkoper voorspiegelt. Als de pups te jong worden ingeënt, werkt het vaccin niet. Het best worden pups op 12 à 16 weken ingeent en rond de leeftijd van één jaar moeten ze opnieuw een spuitje krijgen.”

Schrik: Honden die de ziekte van Carré oplopen, hebben koorts en een loopneus, ze gaan hoesten en krijgen een longontsteking. Er komen maag- en darmproblemen bij en het zenuwstelsel wordt aangetast. Uiteindelijk volgen stuiptrekkingen en verlamming en loopt het heel vaak fataal af. De ziekte wordt overgebracht via hoesten, niezen, direct en indirect contact: een niet-gevaccineerde hond die bijvoorbeeld met een tak speelt waar een besmette vos op heeft geniesd, kan de ziekte van Carré krijgen. Het virus is ook aanwezig in ontlasting en urine en dieren kunnen tot vier maanden na besmetting het virus nog uitscheiden.“De ziekte dook vorig jaar ook op in de provincie Luik. Tegenwoordig hebben mensen meer schrik om hun hond te laten vaccineren. " Laat dit opnieuw een goeie reden zijn om je dieren toch te laten inenten” luidt de aanbeveling van een dierenarts !


Levensgevaarlijke bacteriën tieren welig in drinkbakjes van honden:

De drinkbakken van honden zijn een echte kweekvijver voor gevaarlijke bacteriën die een bedreiging kunnen vormen voor de gezondheid van mens en dier, zo blijkt uit een nieuwe studie. In bakjes die algemeen in de handel verkrijgbaar zijn, werden onder andere de potentieel dodelijke bacteriën E. colli, salmonella en MRSA aangetroffen. Roestvrij stalen drinkbakken scoren het beste, in plastic bakken zitten de meeste bacteriën en in aardewerk drinkbakken de meest schadelijke soorten.

De potentieel dodelijke bacteriën als de "uitwerpselenbacterie" E. colli, salmonella en MRSA - de aan een groot aantal antibiotica resistente gouden stafilokok -, kunnen allemaal overgaan van de hond naar de eigenaar, en een team van de Hartpury University in het VK wilde dan ook nagaan in hoeverre de groei van bacteriën en de gevonden soorten beïnvloed werden door het materiaal van de drinkbakjes, en door hoe vaak het bakje gereinigd werd.

"Het toenemend nauw contact tussen mensen en hun huisdieren leidt tot bezorgdheid over de bacteriële overdracht van zoönosen - besmettelijke ziekten die over kunnen gaan tussen dieren en mensen", zo zei docent dierkunde Aisling Caroll van Hartpury in een persmededeling van de universiteit.

"De drinkbak van de hond werd eerder al geïdentificeerd als het op twee na meest besmette item in een huishouden, wat doet vermoeden dat drinkbakjes in staat zijn ziekten door te geven", zo zei ze. 

Roestvrij staal en vaak reinigen

Uit het onderzoek van Caroll en de afgestudeerde student bioveterinaire wetenschappen Coralie Wright bleek dat in plastic drinkbakken na verloop van tijd het hoogste aantal bacteriën zat. De schadelijkste soorten, onder meer E. colli en MRSA, werden dan weer het meest gevonden in aardenwerken drinkbakken. Roestvrij stalen drinkbakken scoorden het beste, zo bleek. 

Weinig verwonderlijk was de conclusie dat er een duidelijke toename van het aantal bacteriën was naarmate hetzelfde water langer gebruikt werd. Geregeld verversen en schoonmaken blijkt dus de boodschap. 

Volgens Caroll is er nog meer onderzoek nodig om vast te stellen wat de beste materialen zouden zijn, en hoe en hoe vaak de drinkbakken het best schoongemaakt worden, maar blijkt wel duidelijk uit haar studie dat drinkbakken van honden een risico op ziekten inhouden, zowel voor mens als voor dier. 


Op reis met je hond?

Olé congé… en je hond, die gaat deze keer lekker mee. Maar, ben je wel voorbereid op een reis met je viervoeter? Hondenwetenschapper Joke Monteny geeft je enkele nuttige tips om je reis zo vlekkeloos - en dat bedoelen we in zekere zin ook letterlijk – mogelijk te laten verlopen.  

Voor je vertrekt…

1. Pas je reis aan

Misschien kijk jij erg uit naar die citytrip, maar bedenk dat je hond heel anders naar de wereld kijkt. Hij verlangt meer naar natuur en wandelen dan naar musea en drukte. Bestemmingen met extreem warme of koude temperaturen zijn ook geen goed idee. En voor wie met het vliegtuig reist, raden dierenorganisaties aan om een vlucht met je hond te beperken tot 8 à 9u. Weet ook dat elke luchtvaartmaatschappij andere regels en tarieven hanteert. Informeer je goed!

2. Naar de dierenarts 

Zorg dat je hond in orde is met zijn vaccins én dat hij beschermd is tegen parasieten. Wacht niet te lang met je bezoek aan de dierenarts, sommige inentingen moet hij al enkele weken voor vertrek gekregen hebben. Een grondige check-up kan bovendien aantonen of je hond vlieg/reisfit is. Informeer je ook naar middeltjes tegen wagenziekte en check voor je vertrekt waar je in de buurt van je vakantiebestemming een dierenarts kan vinden.

  • Uw hond moet gechipt zijn. Naast een chip is een hondenpenning aan te raden, omdat deze direct leesbaar is voor iedereen.
  • Ze moeten een EU dierenpaspoort hebben
  • En minstens 21 dagen voor vertrek gevaccineerd worden tegen rabiës (hondsdolheid).

  Better safe than sorry.

3. Wen-moment

Reist je hond in een reisbench of reistas? Neem de tijd om hem hieraan te laten wennen. Hetzelfde geldt voor het gebruik van een gordel in de auto.

Inpakken & wegwezen…

4. Pak zijn valies!

Dit moet mee:

• Paspoort (verplicht!)
• Gezondheidsboekje
• Voeding en snacks
• EHBO-kit (met o.a. een tekentang)
• Speeltjes
• Een extra leiband, harnasje
• Poepzakjes
• Een koelmat
• Water (op tijd verversen!)

 

6. Denk aan comfort & veiligheid 

Ga je met de auto op reis en vervoer je de hond in de koffer? Zorg dan dat er geen valiezen tegen of op hem kunnen vallen én dat hij jou niet kan storen tijdens het rijden. Bedenk ook dat honden niet goed tegen warmte kunnen (dit geldt zeker voor rassen met een korte snuit) en pas dus de temperatuur in je auto aan. Stop onderweg voldoende, zodat hij zijn poten kan strekken, maar bedenk wel dat hij de omgeving niet kent.

Reis je met het vliegtuig? Laat je hond zo kort mogelijk voor vertrek uit , zodat hij voldoende energie is kwijtgeraakt. Heb je een overstap? Ga dan even wandelen met de hond, de meeste vliegvelden hebben namelijk een pet relief area.

Eénmaal aangekomen… 

7. Blijf bij hem

Een nieuwe omgeving kan beangstigend zijn voor je hond. Laat hem die eerste dagen niet te lang alleen. En kies een gezellig slaapplekje voor hem uit.

8. Een nieuw medaillon

Noteer op een nieuw medaillon het adres en telefoonnummer van je verblijfplaats. Als je hond verloren loopt, dan kunnen zijn vinders jou snel lokaliseren.

9. Trek er samen op uit!

Quality time! Trek er samen op uit, wandel, sport en verken de buurt. Dwing hem niet tot dingen die hij niet leuk vindt. De ene hond is de andere niet. Zo zijn sommige honden waterratten, terwijl andere honden een plons maar niets vinden. Houd rekening met wat hij wil. Het is immers ook voor hem vakantie!

Op reis gaan, het kan best beangstigend zijn voor je hond. Dan kan zijn vertrouwde voeding en een lekkere snack helpen.

 


Waarschuwing voor iedereen met een hond!

Ik heb de eerste gras aren( mouwkruipers) al gespot! Over een aantal weken zie je er een explosie van! Deze gras aartjes zitten eerst als een kluwen bij elkaar en als ze verdrogen valt dit plantje " uit elkaar". Deze kleine gras aartjes kleven vast aan de vacht van je hond als deze er doorheen loopt! Er zitten weerhaakjes aan waardoor dit plantje maar één kant uit kan, namelijk de huid in van je hond! Dit kan hele gemene fistels veroorzaken. De gras aar kan heel wat schade aanrichten. Ze kunnen zelfs in een oog en een oor terecht komen, met alle gevolgen van dien. Heeft je hond een verdikking op zijn poot of teen, klappert je hond overdreven met zijn kop en zie je dat je hond knijpt met een oog, twijfel niet en ga naar je dierenarts! Zo kan de schade beperkt blijven voor je lieve viervoeter.



Een mergpijpje !!!! als versnapering maar soms met  grote gevolgen.


Een hond apporteert een stok met zware gevolgen !!

bezint voor dat gij een stok weggooit voor de hond.